Een systeem dat piept en kraakt
Afgelopen maandag (8 december 2025) kwam het dit in het nieuws: “Steeds meer gemeenten willen een centraal hulppunt tegen vrouwengeweld“.
Een maatregel die hard nodig is, maar tegelijkertijd ook pijnlijk symbolisch is. Want dit zegt hoe onveilig vrouwen zich tegenwoordig voelen in hun eigen dorp, wijk of stad.
Een ontmoeting die me diep raakte
Onlangs sprak ik een oudere dame tijdens mijn wandeling met de hond, door mijn geliefde Hooglanderveen. Ze sprak me in eerste instantie aan over mijn hond en dat ze ook een hondje heeft gehad. Heel verdrietig; haar hondje was 3 weken nadat haar man was overleden, ook overleden. Ze ging verder met het verhaal en vertelde me dat ze op een zondagochtend werd achtervolgd op weg naar de begraafplaats, waar ze de urn van haar man wilde bezoeken. Sindsdien voelt ze zich, logischerwijs, niet meer veilig en durft ze niet meer op de stille zondagochtenden naar het kerkhof te gaan.
Ze zei: “Ons dorp is aan het veranderen, maar niet op de goede manier.” Ze vertelde me ook dat ze, sinds de dood van haar hondje, ze zich een stuk kwetsbaarder voelt.
Dit raakte me diep. En dit soort verhalen hoor ik steeds vaker: vrouwen die zeggen dat ze overwegen een hond te nemen voor hun veiligheid, niet voor de gezelligheid. Dit zegt zo ontzettend veel over de staat van onze samenleving!
Hoe hebben we het zo ver laten komen?
Nederland anno 2025 is niet meer het Nederland dat velen denken dat het nog is. We leven in een tijd waarin:
- Vrouwen ’s avonds niet meer alleen durven te fietsen.
- Meiden op straat een sleutel op een bepaalde manier vasthouden “voor het geval dat”.
- Moeders elkaar appen zodra ze veilig thuis zijn, na een gezellig diner samen.
- Oudere vrouwen hun route aanpassen om maar minder risico te lopen.
We kunnen niet blijven doen alsof onveiligheid uit het niets komt. Er spelen meerdere factoren mee, en sommige daarvan zijn uiterst gevoelig en ongemakkelijk, maar wel nodig om hardop uit te spreken.
- Een samenleving die onder spanning staat
Steeds meer mensen voelen druk, en dan bedoel ik niet alleen druk in het hoofd, maar echte, tastbare druk. Financiële zorgen nemen toe: huizenprijzen, energiekosten en kosten voor levensonderhoud stijgen dermate, waardoor huishoudens voortdurend moeten puzzelen. Tegelijkertijd neemt de mentale druk toe: werkdruk, prestatiedruk, onzekerheid over de toekomst.
En dan is er nog de druk op de zorg en ondersteuning: de GGZ is overvol, wachtlijsten in de jeugdzorg lopen op, huisartsen en wijkteams draaien op maximale capaciteit. Scholen zitten bomvol en kunnen kinderen onvoldoende individueel begeleiden. Elk klein probleem stapelt zich op: stress neemt toe, conflicten escaleren sneller en het gevoel van controle en veiligheid in het dagelijks leven verdwijnt. Het effect is cumulatief, en raakt iedereen in de gemeenschap, direct of indirect. - Gemeenschappen die te snel veranderen
Woonwijken in steden, maar ook dorpen, zoals Hooglanderveen, worden in rap tempo geconfronteerd met veranderingen waar ze nooit op zijn voorbereid. Voorheen kleine dorpen met hechte gemeenschappen veranderen steeds meer in stadse omgevingen. De mentaliteit van mensen verandert mee: buren kennen elkaar minder goed, sociale controle neemt af, en gewoontes en waarden botsen sneller.
Bewoners ervaren dit dagelijks: samenhang verdwijnt, cultuur verschuift, veiligheidsgevoel neemt af. Niet omdat nieuwe mensen per definitie een “probleem” zijn, maar omdat grote veranderingen zonder regie spanning veroorzaken. Kleine dorpen waren altijd gebouwd op vertrouwde patronen, en snelle urbanisatie en bevolkingsgroei zetten die patronen onder druk. Dit effect is universeel. Elke gemeenschap kan hierdoor uit balans raken, zowel oude als nieuwe bewoners voelen dat.
- Een overheid die te laat is met luisteren en handelen
De roep om betere bescherming, handhaving en ondersteuning is niet plotseling ontstaan. Het is het gevolg van jarenlang signalen negeren, incidenten minimaliseren en vertrouwen steeds verder laten afbrokkelen. Beleidsreacties zijn vaak reactief in plaats van preventief: ze plakken pleisters op open wonden, maar pakken de onderliggende oorzaken totaal niet aan.
Een treffend voorbeeld: de AZC-informatieavond van 18 september in Amersfoort. Een ouder vroeg hoe zijn dochter veilig naar opa en oma kon fietsen zodra twee nieuwe AZC-locaties open zouden gaan. Het antwoord van de burgemeester: veiligheid en weerbaarheid moeten vooral via opvoeding worden geregeld.
Dit laat pijnlijk helder zien dat de aanpak beperkt blijft tot symptoombestrijding. Structurele maatregelen, zoals toezicht, begeleiding, integratieprogramma’s en concrete veiligheidsplannen blijven uit. En ondertussen groeit de frustratie bij burgers, want zij voelen zich verantwoordelijk gehouden voor hun eigen veiligheid, terwijl het beleid onvoldoende voorziet in bescherming.
Uiteindelijk creëert dit dan weer een vicieuze cirkel. Burgers verliezen vertrouwen, veiligheidsgevoel neemt af, en incidenten stapelen zich op, waardoor de vraag naar effectieve, preventieve maatregelen steeds urgenter wordt. - En ja… ook de opvangdruk bij COA speelt mee
Laat me dit voorop stellen: dit is absoluut geen aanval. Ik zie dit als onderdeel van het grotere geheel.
Asielzoekers komen niet voor niets naar Westerse landen. Ze vluchten uit oorlog, geweld, misbruik en marteling. Dat laat diepe, complexe trauma’s achter, trauma’s die vaak helemaal niet worden behandeld omdat daar geen passende en tijdige hulp voor beschikbaar is, en omdat er geen beschikking is over voldoende tolken.
En dat onbehandelde trauma? Dat kan vervolgens zich uiten in impulsief gedrag, agressie, hyperalertheid, ontregeling en patronen die iemand – al dan niet onbedoeld – in situaties van onveiligheid brengen. Dat is geen oordeel. Dat is psychologie.
Uit landelijke WODC-cijfers blijkt dat ongeveer 7% van de bewoners van COA-locaties in 2022 betrokken was bij een incident. We hebben het hier dus over een ernstige criminele gebeurtenis, geen verhitte woordenwisseling of iets dergelijks. Daarnaast werd 3% verdacht van een misdrijf.
Dat zijn uiteraard geen enorme percentages, maar wanneer je dit vertaalt naar lokale aantallen, begrijp je meteen waar de zorgen van bewoners vandaan komen. Bij 500 tot 550 asielzoekers in Amersfoort-Noord (verdeeld over twee locaties) zou een percentage van 7% betekenen dat ongeveer 35 tot 40 personen in een jaar betrokken kunnen zijn bij een incident. Ik vind dit zelf schrikbarend. Dat zegt uiteraard niet dat dit ook allemaal in de wijk gebeurt, maar het laat wel de schaal zien waar we over praten.
Maar daar stopt het niet:- COA mag sancties opleggen, zoals het korten van weekgeld bij overtredingen. Bij mensen met zware trauma’s kan zo’n maatregel extra stress, frustratie of zelfs wanhoop oproepen, wat in sommige gevallen tot agressie of diefstal uit nood kan leiden.
- Bovendien bestaat de bijzondere “afkoelregeling”, waarbij iemand die over de grens gaat minimaal vier uur buiten het AZC kan worden geplaatst. Dat betekent in de praktijk dat die persoon in de omliggende woonwijk terechtkomt, zonder toezicht of begeleiding.
Als je dit allemaal samenvoegt… De onverwerkte trauma’s, druk op overvolle opvangsystemen, sancties die spanningen kunnen verhogen, en een regeling waarbij ontregelde mensen de wijk in worden gestuurd… Dan is het logisch dat inwoners zich zorgen maken over hun eigen veiligheid. Niet uit angst voor wie deze mensen zijn, maar uit zorg voor hoe het systeem is ingericht. - Het bekende “mannenprobleem”
Tegenwoordig wordt er ook vaak gesproken over “het mannenprobleem”. Maar in mijn optiek is dat echt te simplistisch, en wuiven we hiermee het probleem wederom weg.
Veel migranten komen nou eenmaal uit landen waar vrouwen een heel andere positie hebben, dan wij hier in Nederland kennen. Dat betekent andere normen over grenzen, omgang en respect. Dit heeft niks te maken met of iemand goed of slecht is, maar met het feit dat iemand in een totaal andere realiteit is opgegroeid. Zonder goede begeleiding en integratie kan dat botsen.
Daarnaast geldt:
In Nederland wordt grensoverschrijdend gedrag, zoals agressie of seksuele intimidatie, geregistreerd bij justitie en komt het in een strafblad terecht. Dit betekent dat er een officiële, bindende consequentie is voor wie de grenzen van een ander overschrijdt. Dat is belangrijk voor vrouwenveiligheid, want het geeft een kader van bescherming en duidelijkheid. Het laat zien dat de samenleving grenzen stelt en dat er gevolgen zijn voor wie ze overschrijdt. Tegelijkertijd toont het ook de beperkingen van het systeem, aangezien het pas beschermt ná een incident, en dus niet voorkomt dat iemand in eerste instantie slachtoffer wordt van onveilig gedrag.
Bij asielzoekers weten we helaas vaak niets over hun verleden, omdat er geen betrouwbare informatie uit het land van herkomst beschikbaar is. Daarbij laten officiële rapportages ook zien dat een kleine groep binnen de opvang verantwoordelijk is voor een groot deel van de incidenten, en dat sommige herkomstlanden daarin oververtegenwoordigd zijn. Dat is geen oordeel over een hele cultuur, dat is wat de data laat zien. Kort gezegd: het gaat niet alleen om “mannen”, maar om trauma’s, cultuurverschillen, onbekende achtergronden en gebrek aan begeleiding. En precies daarom moet dit eerlijk besproken worden.
De rol van trauma en werkelijke veiligheid
In mijn werk zie ik dagelijks wat gebrek aan veiligheid met mensen doet:
- Het lichaam staat constant in overlevingsmodus
- Angst en alertheid nemen de overhand
- Vertrouwen krimpt, sociale verbindingen verwateren
Vrouwen die overwegen een hond te nemen als beschermmiddel (de afgelopen tijd heb ik meerdere vrouwen gesproken die dit serieus overwegen, wanneer een AZC hier gebouwd gaat worden) zijn hierbij een overduidelijk signaal: hun basisveiligheid is geschonden. En dat heeft een directe impact op het welzijn van gezinnen en complete gemeenschappen.
Veiligheid is geen luxe. Het is een basisbehoefte, net zo belangrijk als ademhalen, eten of slapen. Zonder echte veiligheid gaat je hele systeem in overlevingsstand. En pas wanneer iemand zich écht veilig voelt, kan diegene eindelijk ontspannen, verbinden, vertrouwen… en leven, in plaats van overleven.
Wat we nodig hebben
Dit is geen links vs rechts debat, en het gaat ook absoluut niet over polarisatie. Dit gaat over menselijke basisveiligheid.
Wat we nodig hebben:
- Preventief beleid: niet wachten tot incidenten plaatsvinden.
- Eerlijke gesprekken over veiligheid en integratie: zonder feiten te verdraaien, zonder te generaliseren.
- Traumabegeleiding: voor mensen die zware trauma’s hebben, zodat hun emoties en gedrag niet onbedoeld leiden tot onveiligheid.
- Veilige gemeenschappen: waar mensen elkaar kennen, zien en kunnen aanspreken.
- Maatschappelijk oog voor kinderen en kwetsbaren: zodat zij vrij kunnen bewegen zonder angst.
Hulpdiensten zijn hierin natuurlijk ontzettend belangrijk, maar het mag nooit als symptoombestrijding worden ingezet. We moeten juist het systeem zelf beter maken, zodat angst niet het nieuwe normaal wordt.
Tot slot
Die oudere dame in Hooglanderveen had waarschijnlijk totaal geen idee dat haar woorden me nog steeds bezighouden. Maar wat ze zei, staat symbool voor honderden of misschien wel duizenden vrouwen die hetzelfde voelen:
Het is niet meer zoals het was.
En het voelt niet meer veilig.
Dat mogen we niet normaliseren. Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid.
Het is iets wat we samen moeten herstellen; stap voor stap, vanuit empathie, daadkracht en moed.